|
De belichting is het belangrijkste concept uit de fotografie, maar
tevens een concept dat voor veel mensen een mysterie blijft. Het is
echter wel de moeite waard dit mysterie op te lossen, omdat het onder
controle krijgen van de belichting de eerste stap is naar betere foto's.
In de wereld van de fotografie heeft het
woord belichting verschillende betekenissen, maar wij houden het bij de
eenvoudigste. De belichting is de hoeveelheid licht die de camerasensor
bereikt. Hierdoor wordt de helderheid van de foto bepaald. Als de sensor
te veel licht ontvangt, zijn de foto's overbelicht en bij te weinig
licht zijn de foto's donker of onderbelicht. U moet de belichting voor
de camera regelen omdat felverlichte onderwerpen meer licht in de lens
reflecteren dan zwakverlichte onderwerpen. (Om dezelfde reden verandert
de iris van het oog van grootte om de lichtinval te reguleren.)
De ingebouwde lichtmeter van een digitale
camera, met alle bijbehorende mysterieuze algoritmen, is uitsluitend
bedoeld voor het berekenen van de juiste belichting. Het gaat hierbij om
een belichting die een zo getrouw mogelijk weergave van de echte kleuren
en tinten van het onderwerp genereert. Het regelen van de belichting is
een cruciale stap in digitale fotografie. U kunt een beeldeditor als
Photoshop gebruiken om een belichting te corrigeren die niet helemaal
juist was, maar het resultaat blijft slecht als u een foto probeert te
corrigeren waarvan de belichting al slecht was.
ISO, opening en
sluitersnelheid
Als we het gebruik van de flitser even buiten beschouwing laten, kunt u
de belichting regelen met drie camera-instellingen. De eerste is de
lichtgevoeligheid van de camerasensor, uitgedrukt in de ISO-instelling.
In sommige digitale alles-in-een-camera's heeft de ISO-instelling een
vaste waarde (meestal 100), maar in veel andere camera's kunt u deze
instelling aanpassen. Hogere ISO-waarden staan voor een grotere
lichtgevoeligheid.
Met andere woorden, er is minder licht
vereist om dezelfde helderheid te genereren op de uiteindelijke foto. De
mogelijkheid om de ISO-waarden van foto tot foto aan te passen is een
van de grote voordelen van digitale fotografie, maar zoals u zult
begrijpen, is dit niet eenvoudig: in de regel neemt de kwaliteit van de
foto (soms aanzienlijk) af naarmate u de ISO-waarde van de camera
verhoogt.
De tweede factor die van invloed is op de
belichting, is de lensopening of de f-stop. (Opening en f-stop zijn
eigenlijk geen synoniemen, maar de meeste fotografen praten er wel zo
over.) U moet de f-stop zien als de grootte van de opening in de lens
waardoor het licht de camera binnenkomt. In de meeste camera's kunt u
deze aanpassen (handmatig, met de belichtingscomputer van de camera of
een combinatie van deze twee opties).
Waarschijnlijk hebt u wel eens f-stopnummers
gezien (f/2,8, f/4, f/8, enzovoort). Kleinere nummers staan voor grotere
openingen. Met f/4 laat u dus meer licht door dan met f/8 en genereert u
een foto met een grotere helderheid. (Als u dit een onlogisch systeem
vindt, moet u bedenken dat f-stops in feite breuken zijn (f/4 staat voor
een vierde en f8 staat voor een achtste.)
Sluitersnelheid
De sluitersnelheid is de derde factor. De sluitersnelheid staat voor de
duur dat licht wordt toegelaten op de sensor. In de algemene fotografie
zijn standaardsluitersnelheden fracties van een seconde (1/125e
bijvoorbeeld) en natuurlijk levert een langere duur een belichting met
een grotere helderheid op, en omgekeerd.
Of u nu zelf de belichtingsopties instelt
of u dit de camera automatisch laat doen, deze drie waarden (ISO,
opening en sluitersnelheid) bepalen samen de belichting van elke foto
die u neemt. Omwille van de eenvoud laten we de ISO-instelling even
buiten beschouwing en kijken we naar de interactie tussen opening en
sluitersnelheid.
Voor elke hoeveelheid licht die uw
onderwerp reflecteert, levert slechts één combinatie van opening en
sluitersnelheid de technisch optimale belichting op. Stel dat die
combinatie f/8 bij 1/125e seconde is voor een bepaalde foto in de
buitenlucht. Als u in dit geval de opening groter maakt (f/5,6
bijvoorbeeld) zonder de sluitersnelheid te wijzigen, komt er meer licht
terecht op de sensor en wordt de foto overbelicht.
Het is echter wel mogelijk de opening
groter te maken zonder overbelichting. Hoe dan? Door ook de
sluitersnelheid te wijzigen (in dit geval naar bijvoorbeeld 1/500e)
zodat de duur wordt beperkt dat de sensor wordt belicht. Met andere
woorden, de combinatie van f/8 bij 1/250e seconde levert dezelfde
belichting op als de combinatie f/5,6 bij 1/500e seconde (of f4 bij
1/1000e seconde, enzovoort). Deze relatie tussen opening en
sluitersnelheid is de formule waar alles om draait in de fotografie.
Omdat de numerieke notaties verschillen,
kunt u opening, sluitersnelheid en ISO-instellingen het beste zien als
belichtingswaarden (EV, Exposure Values). Als u de opening wijzigt van
f8 in f5,6, hebt u de lens verder geopend (en de foto helderder gemaakt)
met één EV. Een sluitersnelheid van 1/500e is één EV korter (en
donkerder) dan 1/250e. ISO 200 is één EV gevoeliger dan ISO 100.
De functie voor belichtingscompensatie van
de camera wordt ook aangegeven in EV-eenheden. Als u deze instelt op +1 EV, bereikt u hetzelfde effect als wanneer u de lens één f-stop verder
opent. (Professionele fotografen noemen belichtingswaarden vaak 'stops'
(van de term 'f-stop'), zelfs wanneer ze het niet over de opening van de
lens hebben.)
F-stops
Waarom moeten we ons druk maken om f-stops en sluitersnelheden als de
meeste camera's hier automatische instellingen voor hebben? Bijvoorbeeld
omdat de camera soms een onjuiste belichting instelt. Dat is de reden
waarom de functie voor belichtingscompensatie bestaat en waarom u meer
moet weten over belichting, zelfs als u de belichtingsopties niet
handmatig kunt instellen op uw camera.
Wat minstens even belangrijk is, is dat f8
bij 1/250e wel dezelfde belichting oplevert als f5,6 bij 1/500e, maar
niet dezelfde foto. Dit komt doordat de instellingen voor de opening en
de sluitersnelheid ook van invloed zijn op andere belangrijke
eigenschappen van foto's: de opening heeft een grote invloed op de
velddiepte (het focusbereik van dichtbij tot ver weg op een foto) en de
sluitersnelheid bepaalt of beweging vaag of scherp wordt vastgelegd.
Kortom, als u de opening
en de sluitersnelheid begrijpt en onder controle hebt, beschikt u over
twee krachtige, creatieve hulpmiddelen.
|