De stad versus het dorpsleven…

Zoals het een gezonde Nederlandse meid betaamt, is het fietsen mij met de paplepel ingegoten. Door weer en wind, maar het liefst toch met meewind, trap ik al jaren de pedalen rond. In de Westfriese stad waar ik ben opgegroeid, kwamen mijn klasgenoten dagelijks van heinde en verre naar onze middelbare school gefietst.


 

Ik heb zo’n tocht ook een paar keer ondernomen en je kunt echt kilometers tussen de weilanden fietsen zonder dat je echt gevaar loopt. 

Gevaar? Ja, gevaar. Tegenwoordig woon ik in Amsterdam en iedereen die daar wel eens gefietst heeft, weet dat je vooral goed moet opletten. Een tochtje van waar ik woon naar de binnenstad gaat ongeveer zo: Ik prop mijn fiets in de lift en rijd met een sierlijk bochtje de parkeerplaats af. Voor ik mijn wijk uit ben heb ik al minstens drie keer moeten uitwijken voor voetgangers die zonder om te kijken op hun dooie gemak schuin het fietspad oversteken. Ondanks mijn waarschuwing – met de fietsbel – is de kans groot dat ik degene ben die uit moet wijken, omdat ik nu eenmaal niet graag tegen mensen aan rijd. Ik steek een gevaarlijk kruispunt over en rijd dan door een parkje, waar de kans om overvallen te worden bestaat, dus fiets ik altijd flink door. Na een paar verkeerslichten kom ik in een wijk waar ik blij ben als ik mijn mp3 speler aan heb, omdat ik veelvuldig uitgemaakt wordt voor van alles en nog wat door de verknipte jeugd. Nog een stukje verder is een lange winkelstraat waar de voetgangers vreemd genoeg geen idee lijken te hebben van de aanwezigheid van fietsers – en het fietspad, trouwens. Dat is dus een zigzag gebeuren van jewelste waarbij ik tegelijkertijd ook nog moet bellen, om aandacht schreeuwen en remmen. Dit gaat zo heel lang door tot ik op de grachtengordel aan kom. Daar rijden de auto’s te hard door de smalle straatjes en ongeveer iedereen lapt alle verkeersregels aan zijn laars. Je zou eigenlijk ogen aan alle kanten van je hoofd moeten hebben om daar een goed verkeersoverzicht te hebben. Eindelijk aangekomen op mijn bestemming maak ik mijn fiets met twee dikke hangsloten vast, zodat hij er misschien nog staat als ik terug kom. 

Heb je dit wel eens meegemaakt? Geloof me, ik word er gillend gek van. Niet dat ik ooit een ongeluk heb gehad, ik zorg wel dat ik goed oplet (ook al ben ik zo’n beetje de enige fietser die dat doet, lijkt het soms). Nee, het is meer dat mijn plezier in fietsen er door naar de achtergrond verdwenen is. 

Een paar weken geleden ging ik op vakantie naar Terschelling. Terschelling is werkelijk het paradijs voor fietsers zoals ik. Pas toen ik daar op mijn gemakje door de duinen en bossen fietste, besefte ik waarom ik zo gek word van fietsen in de stad. Op dat eiland was de kans dat ik een andere fietser tegen kwam – laat staan een verkeerslicht of een oneindige stoet auto’s – nihil. Ik leefde helemaal op. Nu had ik de mogelijkheid om mijn verstand op nul te zetten en het fietsen aan mijn automatische piloot over te laten. Eindelijk kon ik weer lekker wegdromen op de fiets, waardoor je voor je het weet bent waar je moet zijn, ook al is het best een lange tocht. Ik keek om me heen, daar in dat prachtige landschap, en keek uit naar konijntjes, roofvogels en speciale planten. Ik stak mijn neus in de lucht en kon met ogen dicht rechtdoor fietsen zonder uit te kijken voor tegenliggers.

Als je in de stad fietst, heb je geen tijd om lekker om je heen te kijken naar speciale dingen, je hebt het al druk genoeg met potentiële ongelukken vermijden. Buiten de stad kun je je ontspannen en genieten van je omgeving. Wind door je haar, neus in de lucht, dat idee.

Ja, ik heb eindelijk ontdekt wat ik zo fijn vind aan fietsen.

Maar ja. Ik woon dus in één van de drukste steden van Nederland. Wat moet ik nu? Verhuizen naar Lutjebroek en daar kilometers moeten fietsen voor de dichtstbijzijnde supermarkt? In de stad blijven wonen en nooit meer fietsen? Wat een dilemma. Voorlopig verhuis ik nergens heen. Naar een klein dorp zou ik in ieder geval nooit meer willen, ik ben gehecht geraakt aan alle dingen die een grote stad te bieden heeft.

Gelukkig is de oplossing voor mij niet zo heel moeilijk. Ik woon aan het randje van de stad en als ik wil fiets ik zo door alle dorpjes in de buurt. Helemaal tot aan Haarlem, als ik zou willen. En dan moet ik het hectische gefiets in de binnenstad maar voor lief nemen – hoe kom ik anders bij mijn favoriete winkels? Eigenlijk heb ik het beste van beide. 

Wat ik me afvraag is hoe jullie hier over denken. Wat vind je van fietsen in het algemeen, wat vind je er (niet) leuk aan en waar fiets je dan het liefst? En dan natuurlijk het verschil tussen een dorp en de grote stad… Waar voel je je meer thuis en waarom? 

Ik nodig jullie allemaal uit – nee, niet voor een fietstocht, maar om je mening te geven! Laat van je horen! 

Ik ga lekker fietsen, tot volgende maand!
 

Groetjes
Marjolein


W:   www.marjoleindupont.nl
PP:  www.photoplace.nl/marjolein.htm
E:
   marjolein-column@photoplace.nl