Het is maandag en ik sta weer voor een dilemma. Op maandag begint namelijk mijn studieweek weer en daar moet ik op gekleed zijn. In het weekend kan ik dragen wat ik wil, maar als ik mijn medestudenten weer onder ogen moet komen, heb ik altijd het gevoel dat ik me aan moet passen. Dan gaat mijn leuke t-shirt met print weer terug in de kast of moet er een vestje overheen dat het vrolijke beestje op mijn shirt verbergt. . Ik moet weer blousjes aan, eigenlijk zijn mijn favoriete sneakers ook niet goed genoeg meer en deze combineren onder een uitbundig vrolijke jurk is helemaal not done.
 

Ik heb een hekel aan mezelf als ik vind dat ik me moet aanpassen. Maar ik word ook niet graag nagekeken, omdat de kleur van mijn pumps nergens terugkomt in mijn kleding. In m’n eentje het ideaal uitdragen dat iedereen zich mag kleden zoals ‘ie wil, maakt ook geen statement. Zeker niet tegenover de rest van de ‘wij dragen allemaal wél blousjes met opstaande kraagjes en grijze muiskleuren’ rechtenstudenten. Dus zal ik me wel moeten aanpassen.

Het mooie aan een fotoshoot (deze hak-op-de-tak-sprong zullen jullie zo dadelijk volgen) is voor mij, dat je wél gewoon jezelf kunt zijn. Sterker nog, dat móét je zijn. Een foto wordt er niet krachtiger op als je niet je eigen uitstraling behoudt en je niet op je gemak voelt. Daarnaast ben ik tijdens de fotoshoots die ik heb gedaan, tegengekomen dat juist je meest uitzonderlijke kledingstukken heel goed overkomen op een foto. Mits je jezelf natuurlijk goed voelt in die kleding. Juist dat ene oude jurkje, dat al jaren ergens onder- of achterin de kast ligt, kan het bijzondere kledingstuk zijn die een foto zijn kracht geeft; altijd dezelfde blousjes dragen maakt een shoot, en zeker een serie shoots achter elkaar, saai.

Deze bijzondere kledingstukken uitzoeken, bekijken wat het juiste truitje is voor het thema van de volgende shoot, nieuwe dingen verzamelen die je kunt gebruiken bij het uitwerken van dat thema – ik begin er steeds meer van te houden. Ik kijk uit naar het moment dat ik weer kan beginnen met de voorbereidingen voor een fotoshoot. Dan duik ik m’n kast weer in, op zoek naar dat gekke giletje voor m’n zakelijke fotosessie, op zoek naar ook maar iets met glitter er in voor het thema ‘glitter and glamour’. Ik vind het heerlijk op zoek te gaan naar foto’s die de fotograaf en ik ter inspiratie voor ons eigen thema kunnen gebruiken. Op zoek naar onderwerpen die we allebei nog eens zouden willen uitwerken. Op zoek naar lichtinval, poses…

Op zoek naar bijzonderheid. Want je wilt een foto die er uit springt. Een foto die zoveel kracht uitstraalt, zoveel van de juiste emotie laat zien – een foto die helemaal klopt.

 Wat zou het bijzonder zijn dat gevoel, dat iets helemaal klopt, ook wat meer in het dagelijks leven tegen te komen. Het idee hebben dat je zélf helemaal klopt. Die euforie, die vrolijkheid zou ik graag willen doortrekken van de fotostudio naar de collegezaal. Dat zou ook best moeten kunnen, als ik het maar zou durven. Het is vooral een kwestie van lef – het oude jurkje of het gekke giletje gewoon weer onderuit de kast trekken en niet zo moeilijk doen.

 Ik ben al goed op weg. Vandaag heb ik mijn (voorheen goed ver weg in de kast verborgen) witte strapless shirt aan met daarop de teksten: “Je fais ce que je veux” en in het Engels: “I do what I want”. Ik doe wat ik wil – ik draag wat ik wil. Nog een kleine stap, lijkt mij zo.

En wie weet, krijg ik er ook zomaar de mooie complimentjes mee die ik vandaag mijn professor (!) tegen een medestudent hoorde zeggen; “wat een mooie jurk heb je aan.”

En vol zelfvertrouwen liep de student verder. Ze draagt wat ze wil.

Tot volgende maand!
Liefs van Pauline